Alles over bakwerkDiverse handige tips en etenswaardigheden over bakken.
Voorbereidingen:
- Zorg er voor dat de ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Dit geldt vooral bij cakerecepten. Vooral in de winter kunnen de ingrediënten aan de koude kant zijn. Maar volg verder altijd de aanwijzingen bij het recept op. Bijv. wanneer roomboter of margarine in blokjes door de bloem gesneden moet worden, wordt er gewerkt met boter of margarine uit de koelkast.
- Verwarm de oven altijd voor.
- Wanneer gebakken wordt in een hete lucht oven kan de temperatuur 10 tot 20°C lager worden gezet dan wanneer de hete lucht functie niet aanwezig is. Een te hoge temperatuur droogt anders het te bakken product teveel uit en/of de kleur wordt te donker.
- Voor het kneden van deeg, bestuif uw handen en het werkblad met zelfrijzend bakmeel of bloem.
- Hard geworden suiker kunt u weer zacht laten worden door een sneetje vers brood in de zak of bus te doen. Een paar uur afgesloten laten staan. U kunt ook een vochtige doek over de geopende pot leggen.
- Alle gerechten worden in het midden van de oven geplaatst, tenzij anders vermeld.
- Hekel aan oliebollenlucht? Laat een kopje azijn in een pannetje water stomen, dan trekt de vette lucht niet door het huis.
Bereiding:
- Zeef de bloem altijd, eventueel met de te gebruiken cacao, kaneel en/of speculaaskruiden. Vul eventueel een suikerstrooier/cacaopoederstrooier met meel, voor het bestuiven van allerlei gerechten die gebakken moeten worden. U voorkomt klonteren. Een beetje zout door het meel mengen helpt ook tegen klonteren.
- Schraap tussen de bereiding door de kom even bij met een spatel of krabber. Dit voorkomt strepen in het baksel.
- Het schiften van beslag (bijv. cakebeslag) wordt veroorzaakt doordat de vetstof en de vochtbestanddelen niet goed gemengd zijn. Zorg ervoor dat de ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Wanneer een beslag in de schift gaat helpt vaak een beetje bijverwarmen m.b.v. een au bain Marie (heet water) bak. Ook kan eiwitschuim gaan schiften. Dit is te voorkomen door voldoende suiker te gebruiken en niet te lang te wachten met het toevoegen tijdens het luchtig kloppen.
- Het controleren of een cake gaar is gaat met een breinaald. Wanneer deze na inprikken droog uit de cake komt is deze gaar. Je kunt ook met de vinger even op de bovenkant van het baksel duwen. Wanneer het gebakken product terugveert, is het gaar.
- Een veelvoorkomend fenomeen is het inzakken van bakproducten m.n. cake-achtige producten. Dit kan komen door teveel lucht in het beslag. Het beslag heeft dan onvoldoende draagkracht en zakt tijdens het bakken of vlak daarna in.
- Een open gebakken cake met een scheur erop ontstaat door een té hete oven. De buitenkant vormt dan snel een korst en de nog weke binnenkant zet uit en zoekt zijn uitweg op de zwakste plek.
- Wanneer noten gebruikt worden, deze eerst roosteren in de oven. Ongeveer 10 min. bij 200 ºC. Af en toe omscheppen. De noten krijgen hierdoor veel meer smaak en worden iets knapperiger.
- Amandelspijs wordt nog lekkerder en droogt minder snel uit wanneer er een gedeelte zalvige roomboter doorgeroerd wordt.
- Bestrijk de cake voor hij de oven ingaat met een beetje melk. Hij krijgt dan een mooie korst.
- Zet onder de bakplaat in de oven een bakje water om aanbranden van de cake te voorkomen.
- Haal krenten en rozijnen voordat ze door het beslag worden geroerd even door wat bloem. Dit voorkomt naar de bodem zakken.
- Voeg een druppel citroensap toe aan slagroom voor het kloppen, dan klopt u deze sneller stijf. Voeg suiker pas toe wanneer de room stijf is. Voeg een mespuntje bakpoeder toe, dan blijft de slagroom langer stijf.
- Slagroom wordt luchtiger als u per halve liter een eiwit meeklopt.
- Durf te experimenteren met smaken en ingrediënten. Bijv. gedroogd of geconfijt fruit, div. noten, cacao, gember en amandelspijs geven vaak net iets extra's aan een baksel. Daarnaast kunnen diverse specerijen gebruikt worden om een aparte smaak te geven aan gebakken producten. We kennen al speculaas- en koekkruiden. Maar ook kardemon, kruidnagel of een vleugje peper geeft soms een verrassend effect.
Afkoelen:
-
Laat een gebakken product niet langer dan nodig afkoelen. Wanneer het baksel in de kern geheel is afgekoeld, dan verpakken om uitdroging of vochtaantrekking te voorkomen. Een cake bevat veel vocht en zal snel uitdrogen. Maar een droog product, bijvoorbeeld een schuimkoekje, zal vocht aantrekken en daardoor het gewenste harde karakter verliezen.
-
Wanneer koekjes rechtstreeks op de bakplaat gebakken worden kunnen deze tijdens het afkoelen vast gaan zitten aan de plaat. Dit is te voorkomen door halverwege de afkoeltijd de koekjes even met de hand van de bakplaat voorzichtig losduwen. Wanneer ze nog steeds vast blijven zitten, de bakplaat even terug in de oven en opnieuw proberen los te maken. Bakken op bakpapier of op een bakmat voorkomt dit.
-
Indicatie afkoeltijd: - cake: 1 uur - koekjes: 30 minuten
Bewaren:
-
Bewaar cake niet in de koelkast. De cake zal bij deze temperatuur zeer snel droog worden.
-
Wanneer men producten wil invriezen kan dit het beste gebeuren direct na afkoeling. Zo blijft het product het langste smakelijk. Verpak het product goed in plastic.
-
Laat bevroren producten in de verpakking ontdooien. Dit om uitdroging te voorkomen. Je kunt natuurlijk ook producten in de magnetron ontdooien.
-
Wanneer een appeltaart binnen twee dagen opgegeten wordt, hoeft deze niet persé in de koelkast bewaard te worden. Wanneer er met slagroom gewerkt wordt natuurlijk wel.
-
Producten met een hoog vochtgehalte, bijvoorbeeld waar banketbakkersroom(pudding), bavarois, slagroom of crème in verwerkt is, altijd gekoeld bewaren.
Opdienen:
-
Laat gebak even op temperatuur komen voordat het gegeten wordt. De smaak komt dan beter tot zijn recht. Pas wel op met gebak waar slagroom op zit. Laat dit niet te lang uit de koelkast staan. Beter is om de slagroom pas aan te brengen vlak voor het serveren.
-
Taart en gebak aansnijden met een in heet water natgemaakt mes geeft een mooie, schone snijkant.
Handige keukenhulpjes:
-
Keukenweegschaal. Dit werkt nauwkeuriger dan een maatbeker.
-
Eierscheider. Om een ei te scheiden in wit en dooier. Bijvoorbeeld wanneer er geen dooier aanwezig mag zijn bij het maken van eiwitschuim.
-
Een bloemzeefje met knijpfunctie. D.m.v. knijpen wordt de bloem snel gezeefd.
-
Weggooispuitzakken. Geen geklieder meer met linnen spuitzak welke bij onzorgvuldig gebruik zeer onhygiënisch is.
-
Invetspray. Om bakvormen in te vetten.
-
Bakpapier of teflon bakmat. Wanneer hier op gebakken wordt, zal het baksel altijd zonder problemen lossen en is geen vetstof meer nodig.
-
Teflon bakvormen.
-
Plamuurmes. Handig om hete koekjes van de plaat te steken.
-
Papieren bakvormpjes. Bijvoorbeeld voor muffins. Het beslag kan rechtstreeks in deze papieren vormpjes aangebracht worden. Na het bakken drogen de cakejes ook minder snel uit wanneer het papier eromheen blijft.
-
In een goede kookwinkel zijn vaak handige gebruiksartikelen te koop.
|